In de aanwijzing mensenhandel is opgenomen dat alle signalen van mensenhandel moeten worden opgepakt. Dat betekent dat wordt bekeken of er voldoende relevante aanknopingspunten voor opsporing zijn. Als dat het geval is, dienen deze in overleg met de officier van justitie, te worden onderzocht.

De opsporing van mensenhandel kan worden uitgevoerd door de politie, de Inspectie SZW) en de KMar, of door een combinatie daarvan. Het openbaar ministerie stuurt alle opsporingsonderzoeken aan.

Bij de bestrijding van mensenhandel zijn meerdere andere organisaties betrokken. Zo hebben de gemeenten een belangrijke rol bij de bestuurlijke aanpak van mensenhandel, en samenwerkingsverbanden als het Expertisecentrum Mensenhandel & Mensensmokkel en de Regionale Informatie- & Expertisecentra bij de geïntegreerde aanpak van mensenhandel.

Rechten/regelingen

Alle slachtoffers hebben recht op goede en tijdige informatie. Zo moet slachtoffers die aangeven geïnformeerd te willen worden over het verloop van strafproces, geïnformeerd worden wanneer het opsporingsonderzoek wordt gestart, wanneer het wordt beëindigd en wanneer er over wordt gegaan tot vervolging.

Financieel onderzoek moet een vast onderdeel zijn van het opsporingsonderzoek. Dit kan onder andere van belang zijn voor de onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer.

Het onderzoek moet, zo mogelijk, worden gericht op het hele criminele netwerk.

Organisaties