Afspraken over melden en uitwisselen van gegevens

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Om er voor te zorgen dat zo veel mogelijk gevallen van mensenhandel worden gemeld, zijn hier verschillende afspraken over gemaakt. Bij het melden van slachtoffers is de bescherming van de privacy van groot belang. Voor het uitwisselen van persoonsgegevens, bij het melden van slachtoffers, gelden dan ook verschillende wettelijke kaders.

De ‘Aanwijzing mensenhandel’ beschrijft en geeft regels voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel en geeft aan met welke instanties en op welke wijze het Openbaar Ministerie samenwerkt bij de aanpak van mensenhandel. In de aanwijzing staat bijvoorbeeld dat is afgesproken dat inspectie- en opsporingsdiensten signalen van mensenhandel melden bij het Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel (EMM).

De Vreemdelingencirculaire (hoofdstuk B8, artikel 3.4) vermeldt daarnaast de verplichting voor de politie om vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel ook bij CoMensha te melden. Dit gebeurt onder andere ten behoeve van de Nationaal Rapporteur die op basis van de geanonimiseerde gegevens verslag uitbrengt over de toestand van mensenhandel in Nederland.

Door de Commissie Aanpak meisjesslachtoffers loverboys/mensenhandel in de zorg voor jeugd (Commissie Azough) zijn afspraken gemaakt over het melden van mogelijke slachtoffers van mensenhandel bij CoMensha door jeugdzorginstellingen, waarbij rekening is gehouden met wettelijke kaders voor de bescherming van de privacy. Hiervoor zijn de volgende praktische hulpmiddelen ontwikkeld:

In de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politiegegevens is geregeld welke informatie wel en niet gedeeld mag worden, met wie de informatie gedeeld mag worden en hoe informatie opgeslagen en gebruikt mag worden.